columns / verhalen

Hedde’t al geheurd
Van d’n dieje en d’n dieje
Wètt’r ies gebeurd
Mee d’n dieje en d’n dieje

Hedde’t al geheurd
Verhalen vertellen
Over mensen
Wat ze doen en laten
En wensen

over columns / verhalen

Een plek op wolluk.nl waar we op zoek gaan naar verhalen en meningen over of uit Waalwijk. De richtlijnen voor een column zijn dat het over Waalwijk gaat en dat er zo'n 250-300 woorden gebruikt worden. Columnt u mee?

Het wonder van RKC, werk van God, Brood en verlosser Sno

Een wonder is iets buitengewoons, iets dat niet door gewone natuurkrachten voortgebracht kan worden; een miraculeuze gebeurtenis waardoor alom bewondering opgewekt wordt. Gelovigen verklaren een wonder graag als het werk van God, maar in Waalwijk denken de voetbalfans dus dat trainer Ruud Brood de hand erin heeft gehad; in het Wonder van Waalwijk, zoals de vliegende start van RKC na vier competitiewedstrijden al wordt genoemd.

Dus ik van de week op bedevaart naar Wolluk, mijn eigen geboortedorp nota bene, dat sinds de start van de competitie ook wel als het Lourdes van de Nederlandse eredivisie wordt gezien. Ik wilde het Wonder van Waalwijk nu wel eens met eigen ogen aanschouwen.

Maar op 200 meter hemelsbreed van de hockeyvelden van de KMHC Waalwijk waar ik onder de houten tribune ooit mijn eerste kusje ontving, bleek Brood niet over water te lopen. En zijn apostelen evenmin. Al had assistent-trainer Rob Maas in de verte wel wat van de messias weg en dribbelde Evander Sno, met dat prachtige opwapperende rastahaar van 'm, toch ook als een soort verlosser in het rond. De voormalige Ajacied wordt in Waalwijk hoe dan ook als een geschenk Gods beschouwd. En dat Sno weer helemaal is opgeknapt nadat hij vorig jaar september tijdens een potje voetbal door een hartstilstand werd getroffen en tijdens het kwartiertje reanimatie dat volgde de dood stiekem even in de ogen keek, mag op zich een klein mirakel heten. En dat is de ingebouwde hartdefibrilator waarmee Sno nu weer de sterren van de hemel speelt, in feite ook.

Dat de prestatie van RKC na drie gewonnen wedstrijden op een rij al een wonder wordt genoemd, doet mij als geboren en getogen Waalwijkse uiteraard deugd, maar een écht wonder was het pas dat amateurclubje RKC in 1984 toetrad tot de wereld van het betaald voetbal; een stap die zijn oorsprong vond in de bergen zwart geld die suikeroom Piet van der Pennen onder tafel schoof en het talent van technisch directeur Piet Kipping om (veelal transfervrije) spelers op de kop te tikken, die elders bij het oud vuil waren gezet en RKC als de beroemde springplank beschouwden. En zo werd drie jaar later de eredivisie al bestormd.

Man, man, man. Dat was me wat. Kwamen Ajax en Feyenoord ineens op bezoek. Had PSV Romário, maar wij Adje van de Wiel. We wisten in Waalwijk niet wat ons overkwam. En de vedetten van de tegenstander ondertussen maar klagen over het ijskoude water in de douches van de kleedkamers met betonrot en ginnegappen dat Sportpark Olympia meer van een tochtige fietsenstalling dan een voetbalstadion weg had.

Wij van Waalwijk beschouwden de titel 'lelijke eendje van de eredivisie' als een prachtige geuzennaam en wonnen op 25 september 1988 nog doodleuk van het chique Ajax ook. Als meisje van dertien stond ik wiebelend op het zadel van mijn fiets om over het hek te kunnen gluren en zag hoe in de verte mijn culthelden Cees Schapendonk en Koko Hoekstra in de kluts voor de drie Waalwijkse doelpunten zorgden.

En dát was pas echt een wonder.

  • Renate Verhoofstad november 2011 (gepubliceerd in AD)