Jules

De witte zaadjes van de springbalsemien smaken naar peultjes! En de steeltjes van het zevenblad naar worteltjes en bleekselderij! Bovendien zitten ze vol vitamines. “Ik gooi ze door pannenkoekenbeslag”, zegt Jules Faber, gids tijdens deze zondagochtendlijke ‘geurwandeling’ in en rond het wandelpark. Maar de wandeling is net zo goed een smaakwandeling. Want we mogen van alles proeven, versgeplukt uit struiken, bermen, van muurtjes, plantsoenen en soms een enkel voortuintje. En meenemen naar huis, in een geurdoosje of zakje. Jules weet veel van eetbare en geneeskrachtige planten. Hij geeft ook workshops wichelroedelopen, woonbiologie, hooggevoeligheid en emotionele intelligentie, gelaatkunde en lichaamstaal en non verbale communicatie. Nu ben ik persoonlijk een beetje allergisch voor dit soort pseudo-wetenschap, dus ik hou het vandaag bij de wandeling met neus en tong. Al gaan mijn wenkbrauwen wel omhoog als Jules zegt dat hondsdraf, een plantje met een niervormig blaadje dat met wat fantasie ook op een oor lijkt, goed voor de nierwerking is en tevens oorontsteking tegengaat. Dat soort ‘inzichten’ is volgens mij allang door de wetenschap achterhaald, maar à la, ieder mag zo zijn voorkeuren hebben.
Mijn ervaring is dat discussie hierover doorgaans snel verzandt in een tamelijk zinloze van gelovigen tegen ongelovigen. Dus dat doe ik al een tijdje niet meer want daar gaan al genoeg oorlogen over.Jules is een sympathiek en enthousiast rasverteller, opent een compleet nieuwe wereld voor me en naarmate de wandeling vordert, durf ik steeds meer in mijn mond te stoppen. Want ruiken is één ding, proeven getuigt pas echt van lef.
In een van de dammen tussen Winterdijk en Grotestraat gaat het echter mis: ik steek spontaan zonder na te denken een stuk hortensia in mijn mond terwijl die niet eetbaar is en Jules alleen maar wil laten ruiken! In gedachten zie ik mijzelf in de loop van de middag per ambulance met vergiftigingsverschijnselen en hevige pijnen in het Twee Steden ziekenhuis belanden. Maar nee, ik merk niks vreemds; misschien heeft dat niervormige blaadje mijn leven wel gered!
Jules waarschuwt voor al te fanatiek plukken en eten in de natuur: “Als je dit zelf wilt gaan doen, zorg dan voor een goede gids.” Een boekje bedoelt-ie daar mee.
Niet alles wat hij plukt ruikt en smaakt lekker. Laat ik me even beperken tot dingen die ik in ieder geval wél lekker vond. Zoals fluitekruid (mosterd- en muntachtig, voor bij gevogelte), oost-indische kers (hete mosterd, radijsachtig, met mate gebruiken in salades of stamppot, niet te veel want er zit ook blauwzuur in), melganzevoet (‘armeluisspinazie’) en waterpeper (het heetste kruid dat in Nederland groeit, weet Jules).
Hij wijst ook op vogelmuur die onder tegen een muurtje aan groeit. “Wel eetbaar, maar niet hier want hier kunnen de honden erbij,” grijnst hij. Onder het viaduct bij de Emmikhovensestraat wordt ook van alles geproefd. Als ik veelbetekenend omhoog kijk en zeg dat er hier vannacht vast wel wat bezoekers van het Oktoberfeest naar beneden hebben staan te piesen, zie ik een dame in ons clubje snel een paar blaadjes uitspuwen.
Dat je rozebottels en vlierbessen kunt eten, weten we allemaal. Maar dat er ook in hartje Waalwijk in een stedelijke omgeving een vergeten oer-Hollandse eetbare kruidentuin met tientallen eetbare planten te vinden is, vind ik ronduit fascinerend. “We zijn zó ver van de natuur verwijderd geraakt”, mijmert een van de wandelaars. Dat heeft de mens ook goede dingen gebracht, denk ik meteen als notoir scepticus, want ‘de natuur’ is net zo goed gevaarlijk als ‘goed’. Maar die Jules heeft het toch mooi voor elkaar gekregen dat ik binnenkort echt eens een keer zevenbladsteeltjes door het beslag ga roeren en oost-indische kers in de stamppot doe! Beloofd Jules!