Vluchten

Ze komen. Ik heb er nog geen gezien. Maar het moet een kwestie van tijd zijn. Op een dag, binnenkort, zal ik ergens een groepje vluchtelingen zien lopen, of misschien gewoon eentje, van wie ik dan denk: ze zijn er! Wat nu?
Steenbergse toestanden in Waalwijk? Ik hoop het niet. Advies aan Nol Kleijngeld: hou geen informatie-avonden als er hier een azc moet komen! Die werken louter als olie op het vuur. De burger kan ook via andere kanalen informatie ontvangen; een zaal vol schreeuwers zet de verhoudingen alleen maar verder op scherp. Zo’n zaal is geen vat met een ventiel dat de druk vermindert maar een kapotte snelkookpan met ontploffingsgevaar. Geen ruimte voor debat en meningsvorming maar een SM-kelder waar bestuurders en iedereen die niet tegen is slechts ongenadig afgeranseld worden.
Ze komen en de meesten zullen blijven. Dus moeten we ze welkom heten. Tegen de mensen die bang voor ze zijn, wil ik zeggen: als ze zich thuisvoelen en zo snel mogelijk mee mogen doen met ons, kunnen we onze angsten wellicht in de kiem smoren. En ook: vluchtelingen én Nederlanders die het gevoel hebben buitengesloten te worden, zitten in hetzelfde schuitje. Ze zijn slachtoffer van wereldwijd falende geld- en machtssystemen en dus in zeker opzicht lotgenoten die samen tegen het onrecht in de wereld zouden moeten strijden. We moeten geen hekken maar barricades bouwen. Geert wil een hek rond Nederland. Al zouden we willen, dat gaat niet, al roept hij nog zo hard van wel. Een poort is veel beter, en meestal fraaier ook. Ik ben voor een poort.
Er is plaats genoeg in Waalwijk voor opvang. Ik betrap mezelf er op dat zolang ‘ze’ er nog niet zijn, ik bij elk groot leeg gebouw waar ik langs fiets denk: hé, hier kunnen straks vluchtelingen in! Het oude belastingkantoor, de oude LTS op het Vredesplein, Noord-Brabant Verzekeringen aan de Winterdijk, het eerste Mollercollege. Laten we hen in godsnaam niet langer in grote kampen op het platteland stoppen maar in kleine gemeenschappen onderbrengen midden in onze steden.
Zaterdag was er op het voormalige Veronicaschip dat in Amsterdam ligt een banenmarkt voor vluchtelingen. Zo hoort het! Dat kunnen wij straks ook doen op de Risico, het schip van onze ‘zeeverkenners’, ons eigen Veronicaschip. Ze komen. En het zal niet makkelijk zijn. Angsten zijn soms ook reëel. Ik heb mezelf daarom opgegeven om desnoods bij mij thuis mensen onderdak te bieden en op andere manieren de handen uit de mouwen te steken als ze komen. Ook mijn praatjes vullen geen gaatjes maar mijn handen misschien wel. Ik ga geen hek rond mijn huis zetten. Mijn deur staat open.
Ik wil niet aan mijn kleinkinderen uit hoeven te leggen waarom ik in 2015 niks gedaan heb om al die door oorlog en armoede verjaagde sloebers te helpen. Ik verzet me tegen de golf van haat die ons land overspoelt. Problemen zijn er om op te lossen, niet om voor weg te lopen of elders neer te leggen. Laat ze maar komen.