Vertrekken

Wanneer voelt iemand zich thuis? En wanneer ben je, zoals zanger en dichter Marco Martens op zijn nieuwste cd onderzoekt, ’tot vertrekken bestemd’?
Tot vertrekken bestemd was ik in ieder geval deze week zeker niet tijdens de kennismakingsavond van popkoor Tumult, in atelier Winterdijk 30b. Een stuk of dertig vrouwen waren daar. Ik was een van de drie mannen, die vanwege mijn lage stem prompt ook nog eens in de solo-groep werd benoemd. Ik voelde me als een kind in een snoepwinkel en inderdaad Born to be Wild. Erg hè?
De ochtend erna moest ik bloed laten prikken in het ziekenhuis. Zo’n wachtkamer is altijd een ruimte waaruit ik liefst zo snel mogelijk vertrek. Iedereen zit stil in zichzelf gekeerd te wachten tot het nummertje boven de balie het zijne of hare is. Slechts een enkeling knoopt een gesprekje aan. Geen snoepwinkel, al viel de prik 200 procent mee… Dankjewel zuster!
Tot vertrekken bestemd waren de zeven jonge asielzoekers die van de fietsbrug over de N261 dreigden te springen, wanhopig over het gesleep van de ene opvangplek naar de andere. Gelukkig wisten politie en jongerenwerkers hen op andere gedachten te brengen. Op de vlucht voor geweld jezelf iets aandoen, dat is toch wel de wrangst mogelijke ironie.
Zonder ironie maar voor mij wel degelijk tot vertrekken bestemd, zijn de mensen die vervolgens in misselijkmakende bewoordingen reageerden op het nieuws over de jonge vluchtelingen op de website van het Brabants Dagblad. Blijven mag hoofdredacteur Mark van Assen, die een eind maakte aan die vuile modderstroom van woorden op de website van zijn krant. Maar één vraag bleef in mijn hoofd rondspoken: in hoeverre dragen inhoud en toon van de berichtgeving in de media bij aan het verwrongen wereldbeeld van deze anonieme en dus laffe reaguurders?
Voel ik me zelf nog thuis in een land waar mensen zeggen op te komen voor hun veiligheid, cultuur en identiteit en zó te keer gaan tegen mensen in nood? Jazeker, want er is werk aan de winkel. Ik besef dat de ontevreden Nederlanders die niets moeten hebben van vreemdelingen in het algemeen en de islam in het bijzonder, Europa, globalisering en de bestuurlijke en culturele elite, vervreemd zijn van de hen ooit zo vertrouwde wereld. Wat is er in pakweg twintig jaar wel niet veranderd allemaal? Ook de boze Nederlanders zijn ontheemd, op hun eigen manier op de vlucht voor het onbekende en bedreigende. Moet ik nu voor hen op de vlucht? Geen denken aan, al voel ik door al het verbale geweld vaak wel terughoudendheid om voor mijn mening uit te komen.
Ik behoor volgens de boze Nederlanders waarschijnlijk tot die vermaledijde, politiek correcte elite. Die heeft zich van hen vervreemd en slaagt er niet in bruggen te slaan, ondanks mooie praatjes, diploma's en fraaie carrières. Mea Culpa; ik heb blijkbaar vooral goed voor mezelf gezorgd. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? En wat kunnen we daar aan gaan doen?
Omdat Geert Wilders er wél in slaagt bruggen te slaan en ik vol afgrijzen naar hem en zijn aanhang luister en kijk, voel ik me schuldig en verplicht tot spreken en handelen. Niet om hen tot vertrekken te bestemmen. Maar om hen er weer bij te halen. Of moet ik zeggen: hen zo ver te krijgen dat ze mij en de rest van die doofstomme elite er weer bij laten? Om woorden en ideeën te vinden die mensen bijeen brengen in plaats van uit elkaar drijven. Ook ik ben bang voor de toekomst. Maar nee, ik ben nog lang niet tot vertrekken bestemd…