columns / verhalen

Hedde’t al geheurd
Van d’n dieje en d’n dieje
Wètt’r ies gebeurd
Mee d’n dieje en d’n dieje

Hedde’t al geheurd
Verhalen vertellen
Over mensen
Wat ze doen en laten
En wensen

over columns / verhalen

Een plek op wolluk.nl waar we op zoek gaan naar verhalen en meningen over of uit Waalwijk. De richtlijnen voor een column zijn dat het over Waalwijk gaat en dat er zo'n 250-300 woorden gebruikt worden. Columnt u mee?

  • Home
  • cultuur
  • columns / verhalen

Brabants meisje

"Dág!"
Het meisje dat deze groet uitte, zat op de passagiersplaats van een geparkeerde auto. Ze was alleen. De bestuurder, een stevige vrouw, was net uitgestapt en naar een rij winkels gelopen. Het meisje had het zijraampje laten dalen terwijl ze aan een ijsje likte. Eerst dacht ik dat haar groet voor iemand áchter mij was bedoeld, maar omdat ze mij bleef aankijken, vroeg ik voor de zekerheid: "Heb je het tegen mij?"
Ze knikte, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was dat je als tiener een gesprek met wildvreemde mensen begon. Mijn vrouw zat naast mij. We hadden een flink stuk gefietst en rustten uit op een bank langs een weg door Zwanenburg, een dorp ten westen van Amsterdam. De auto met het meisje stond aan de andere kant van de weg, op een meter of vijf van ons vandaan.
Dit deel van het dorp liet aan troosteloosheid weinig te wensen over. Een groepje onooglijke winkels, een stinkende viszaak, een gesloten Chinees restaurant en een schaars bezet parkeerplein, dat geschikt zou zijn voor een snelle afrekening onder maffiosi.
"Woon je hier?" vroeg ik.
"Nee, we zijn op bezoek bij mijn oom en tante, hier om de hoek."
"Waar kom je dan vandaan?"
"Waalwijk."
Ze had donker haar, een gaaf gezicht en ogen die met grote onbevangenheid de wereld inkeken. Ze vonden het gewoon 'best leuk' om even met ons een praatje te maken, als we haar maar niet kwalijk namen dat het likken aan het ijsje moest doorgaan.
"Ik kom ook uit Brabant", zei mijn vrouw. "Eindhoven."
"O ja? Leuk!"
"Vind je Waalwijk fijn?" vroeg ik.
"Is het groter dan Zwanenburg?"
"Véél groter."
"En is er genoeg te doen?"
"Waalwijk heeft alles", zei ze beslist. "Een groot winkelcentrum. RKC natuurlijk, al geef ik zelf niet veel om voetbal. En bij ons komt ook die homo uit Gooische Vrouwen vandaan, hij heeft in Waalwijk op school gezeten."
Ik wisselde een snelle blik met mijn vrouw. Homo uit Gooische Vrouwen? Het zei ons niets, wij hadden dit tv-programma nooit gezien.
Maar ik wilde het meisje niet teleurstellen en knikte als een kenner.
"Hoe oud ben je?" vroeg ik.
"Dertien."
"En wil je altijd in Waalwijk blijven?"
Ze knikte. "Ik ken er iedereen, mijn hele familie woont er."
"Ben je wel eens in Amsterdam geweest?"
"Heel vaak met mijn ouders."
"Zou je er later niet naartoe willen?"
"Ik vind het er zo druk", zei ze.
"Al die auto's, al dat lawaai. Er zijn ook zoveel buitenlanders en ze spreken allemaal andere talen. Ik kan ze niet goed verstaan. Dat hebben wij in Waalwijk niet. En ze stelen ook veel."
"Dat valt wel mee", zei mijn vrouw. "We wonen er vijftien jaar en er is nog nooit iets van ons gestolen."
Ze luisterde verbaasd en likte nu alleen nog mechanisch aan haar ijsje. Zo hoorde je nog eens wat, op een zaterdagmiddag in Zwanenburg. Daar kwam de vrouw die de auto bestuurd had, aangestapt met flessen water en wijn in een doorzichtige tas. Haar moeder? We wilden het niet vragen. Het meisje zwaaide naar ons en deed het raampje dicht.
Terwijl ze wegreden, zei ik tegen mijn vrouw: "Ken jij Waalwijk?"
"Nee, nooit geweest."
"Dan gaan we er binnenkort naartoe", besliste ik. "Voor een tegenbezoek."

  • Frits Abrahams maart 2012 (gepubliceerd in NRC)

Maria van de haven

Nog niet zo heel erg lang geleden kwam een havenmeester thuis van een reis naar Maastricht. Wat ‘ie daar allemaal gedaan en gelaten heeft weet niemand, behalve de havenmeester. Maar hij kwam terug in Waalwijk met een Mariabeeld. Had hij het daar gekocht, gekregen, meegenomen misschien? Niemand die het wist, behalve de havenmeester.

Hij liet een heus kapelleke bouwen voor zijn nieuwe vriendin. Een eenvoudig optrekje, niet meer dan een nis groot met de opening op het oosten. Want daar komt de wijsheid vandaan, zeggen ze.
En Maria had een schitterend uitzicht over de weidsheid van de uiterwaarden aan de Maas. Wijsheid en weidsheid dus. Wat kun je een vrouw meer geven. En onderdak dus.

Het gebeurde aan het eind van een barre winter met uitzonderlijk veel sneeuwval, ook in de landen om ons heen. Toen de sneeuw langzaamaan ging smelten steeg het peil van de rivier en via Maastricht kwam veel water deze kant op. Het klotste tegen de zomerdijk aan.
Onze Maria bevond zich op het niveau van de weilanden en kwam alras geheel en al onder water te staan. Dit houdt geen enkel mens lang vol, zelfs Maria niet en ze is gaan zwemmen. Wat ook weer niemand wist, behalve de havenmeester, maar die kwam er pas achter toen een paar weken later het water zakte en hij zijn Maria miste, ze was weg. Door het water meegenomen? De havenmeester bleef de omgeving afspeuren in de hoop zijn lieve vrouwe terug te vinden.

Na 33 dagen zag hij haar terug, stroomopwaarts, een halve kilometer van zijn boot vandaan. Wilde ze terug naar Maastricht zwemmen of wilde Maastricht haar terughebben? Niemand die het weet, behalve misschien de havenmeester. Hij had zijn Maria terug. Ze staat weer in haar kapelleke. Maar de havenmeester heeft er een ijzeren poortje in laten hangen.

  • Hans Branderhorst februari 2012